Haarlem-Bakenes: een dwarse interpretatie van de 14e-eeuwse stedelijke ontwikkeling

Genealogy

22 pages
18 views

Please download to get full document.

View again

of 22
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.
Share
Description
Haarlem-Bakenes: een dwarse interpretatie van de 14e-eeuwse stedelijke ontwikkeling
Transcript
   Inleiding n 1982 stelden H.H. van Regteren Altena en B.J.M. Speet vast dat één van de drie onopgelostevraagstukken ten aanzien van het stadsdeel Bakenes het merkwaardige verloop van ’t Krom is. 1 Deze straat kent twee kort op elkaar gelegen haakse hoeken (de zogenaamde ‘bajonet van ’tKrom’). 2 Er zou bij een organisch gegroeid stratenpatroon een ‘knik’ verwacht kunnen worden diemee-meandert met de loop van het Spaarne of in het geval van een vooropgezettestedenbouwkundige planning zou een flauwe verspringing juist ter hoogte van de Kokstraatlogischer zijn. Het doet de vraag rijzen of de straat wellicht al bij de aanleg ervan, kort voor 1400,om een gebouw, een natuurlijke waterloop of anderszins obstakel heen geleid is.In de directe nabijheid van ‘de bajonet van ’t Krom’ zijn zes kleinere archeologische onderzoekenuitgevoerd (afb. 1). 3 De opgraving die in 1999 plaats had aan ’t Krom (projectcode 99KRM) wordthieronder nader besproken. De overige onderzoeken wachten nog op uitwerking en zijn slechtsvluchtig bekeken. De vraag die in dit artikel centraal staat is welke bouwstenen het archeologischonderzoek kan aanreiken in het grotere vraagstuk naar de stedelijke ontwikkeling in de14 e -eeuwse stadswijk Bakenes.  Haarlem-Bakenes: een dwarse interpretatie van de14 e -eeuwse stedelijke ontwikkeling  ROOS VAN OOSTEN  1Van Regteren Altena en Speet, 1982: 32. De twee andere vraagstukken zijn wanneer de Bakenessergracht is aangelegd en waarom het woonblok in het uiterste noordoosten de benamingOud-Haerlem heeft gekregen.2Wieland Los (1971) heeft het consequent over de bajonet van ’t Krom. Een bajonet is een steekwapen dat op of naast een geweer of ander vuurwapen is gemonteerd, zodat het vuurwapentevens als een lans kan dienen. Een bajonet heeft dezelfde vorm als de loop van ’t Krom nabij de Kokstraat.3De foto’s in dit artikel zijn, tenzij anders vermeld vervaardigd door Bureau Archeologie van de gemeente Haarlem. Afb. 2 is vervaardigd door Mieke de Leeuw van Bureau Archeologie. 81  Roos van Oosten (1978) studeerdegeschiedenis en archeologie aan deUniversiteit Leiden. Na enige jarenals archeoloog en keramiekspecialist gewerkt te hebben, is ze als AIO ver-bonden geweest bij de leerstoelgroepmiddeleeuwse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sindsaugustus 2011 werkt ze als universi-tair docent Middeleeuwen en Stads-kernarcheologie bij de Universiteit  Leiden. In het kader van haar proef-schrift heeft ze Haarlemse beerputtenonderzocht bij Bureau Archeologie. I    De ruimtelijjke ontwikkeling aan de westzijde van ’t Krom tot 1822 Prestedelijke ontwikkeling n het derde kwart van de 12 e eeuw is het Spaarne één tot meermalen overstroomd en is op Bakenes, alsmedeelders in Haarlem, een pakket klei afgezet dat lokaal bekend is als de ‘Klei van Bakenes’. 4 Er wordt aangenomendat Bakenes zonder enige vorm van ophoging zowel voor als na de grote overstroming te nat was om te wonen. Erzijn vooralsnog geen overtuigende bewijzen dat er in de late 12 e en de 13 e eeuw sprake is van bewoning op (de kleivan) Bakenes. 5 Gezien de nabijheid van de hoge en droge strandwal is dit ook niet waarschijnlijk. Het gebied zal mo-gelijk wel gebruikt zijn om vee op te laten grazen.Ergens in de 14 e eeuw (onbekend is wanneer) zal het stadsbestuur van Haarlem toestemming hebben gekregen vande Hollandse graaf om de stad uit te breiden. Men ving deze civieltechnische operatie aan met het ophogen en ega-liseren van de grond. Uit de onderzoeken aan de Kokstraat en ’t Krom blijkt dat dit pakket bijna 2 meter dik was. 6 4Zie de bijdrage van Jan de Jong elders in dit nummer.5De aan de Kokstraat aangetroffen huisterp (Poldermans, 1983 en 1994) kan namelijk misschien ook geïnterpreteerd worden als regulier ophogingspakket.696KOK en 99KRM: respectievelijk Groeneveld 1996 en Groeneveld 1999. 82 I   Afb. 1. Overzicht van de locaties van de in de tekst genoemde opgravingen (grijs) met projectcode en aanduiding werkput (WP). In roze is denieuwbouw van na 1984 aangegeven.  Er is bij de genoemde opgravingen weinig vondstmateriaal aangetroffen in het ophogingspakket. De fragmenten aar-dewerk, waaronder een steengoed kan (afb. 2), wijzen net als reeds eerdere bevindigen op een datering in de14 e eeuw. 7 Een nadere analyse van het vondstmateriaal uit de ophogingspakketten blijft overigens wenselijk, ten eindede argumentatie omtrent de datering te vernauwen en meer zekerheid te geven. Schriftelijke bronnen zwijgen in hetgeheel over de uitbreiding van Bakenes, zodat de datering daarvan afhankelijk is van de resultaten van archeologi-sche onderzoeken.De opgebrachte grond betrof bij de onderzoekslocaties 96KOK en 99KRM vrijwel uitsluitend organisch materiaal (veenen mest). Bij de onderzoekslocatie 99KRM kon in het profiel duidelijk worden waargenomen dat de bruine venige op-hogingslagen vrij abrupt overgingen in een ophoging van schoon grijs zand. Mogelijk stokte bij de uitvoering van het 7Het door Wieland Los (1971) aangetroffen aardewerk is door H.H. van Regteren Altena (UvA) gedetermineerd. Op basis daarvan is de datering van het ophogingspakket in het derde kwartvan de 14 e eeuw gesteld. De precieze herkomst van deze vondsten is echter onbekend. De ophogingslagen bij ’t Krom 29-39 dateren uit het derde kwart van de 14 e eeuw, met een nadrukop de periode 1350-1360 (zie de bijdrage van Erik Weber elders in dit nummer). 83  Afb. 2. Tekening van een steengoed kan afkomstig uit de ophogingsla-gen, datering 1325-1375 (Opgra-ving 96KOK, afkomstig uit S11).  Afb. 3. Fase 1325-1375: de aard van de 14 e -eeuwse ophoging. In bruin de ophoging van veen en mest en in grijs de ophoging met zand. De vier laatmiddeleeuwse beerputten zijn in oranje aangegeven. In blauw een 14 e -eeuwse sloot die enkel gedurende de ophogingsfase in ge-bruik is geweest. Ook is de locatie van de profielen aangegeven (vgl. bijlage 2).  grondwerk tijdelijk de aanvoer van afgestoken veen enging men noodgedwongen over op zand als opho-gingsmateriaal. Bij de opgravingslocatie 82KOK lijkt ditin elk geval waarschijnlijk te zijn. 8 Zand is weliswaareen betere grondsoort om gebouwen op te funderen,maar de afwisseling van een strook zand in een veen-ophoging is als ondergrond niet wenselijk. Bij de bouwvan ’t Krom 8 heeft men hier wellicht rekening mee ge-houden. Deze woning (afb. 5) is namelijk direct naasten parallel aan deze zandophoging gebouwd (afb. 3).Er kan hiermee een verband bestaan tussen de oriën-tatie van het woonhuis en de overgang van de veen-naar de zandophoging. Verzakking zal tenslotte optre-den wanneer een huis op twee verschillende grond-soorten met ongelijke draagkracht wordt gebouwd. Ditduidt er waarschijnlijk op dat het huis kort na de opho-ging is aangelegd.Bij de opgraving 99KRM is in één van de dieper gele-gen ophogingslagen nog een andere vorm van mogelijke versteviging aangetroffen, namelijk twee horizontaal lig-gende (niet-gevlochten) rieten matten van circa 3 meter lengte (afb. 4). Het is opmerkelijk dat de matten slechts opéén locatie gebruikt zijn, zodat ze geen functie ten bate van de stevigheid gehad kunnen hebben, zoals wel bekendis van de consequente toepassing van rietlagen bij een dijklichaam in Schiedam. 9 Een even zo geïsoleerde rietbaanis aangetroffen in de onderste ophogingslagen in Alkmaar. Het betrof hier een acht meter lang pakket venige klei metveel rietresten. Deze rietbaan werd aan één zijde begrensd door paaltjes van elzen hout die op regelmatige afstan-den zijn geplaatst. 10 De functie is ook hier vooralsnog onbekend. Misschien betreft het paden waar over men bij deophoging van het terrein gebruik kon maken (bijvoorbeeld met kruiwagens). Bij de opgraving Bloemstraat 28-30 inAlkmaar zijn zinkstukken van op elkaar gepakt riet en tot een mat gevlochten takken gevonden. Het bleek dat de zink-stukken aan de randen waren verzwaard met kluiten klei, waarna het middendeel werd opgevuld met slap rietveen. 11 Deze worden daar in verband gebracht met landaanwinning (ophoging). 8Poldermans,1983: 16, afb. 5.9Jacobs, 2000.10Jacobs, 2008: 13.11De Jong en Roedema, 2009: 45. 84  Afb. 4.  Rieten matten in het ophogingspakket bij de opgraving 99KRM.  Fase 1375-1450 Uit deze fase (afb. 5) zijn slechts twee kleine gedeelten muur aangetroffen, te weten een smal steensmuurtje (S83)en een wat steviger stuk muurwerk (S84). Bij deze laatste gaat het mogelijk om een poer (een fundering van een stijlvan een houtskelet). De aanwezige (regen)waterput (TP) en de beerput (BP1) maken de locatie van het erf duide-lijk, maar het is niet zeker waar de bijbehorende woning stond. De oriëntatie van de aanwezige stortkoker van beer-put 1 wijst richting het huidige ’t Krom 8, zodat het mogelijk is dat het huis hier stond. Omdat de beerput (BP2) uitde volgende fase ook duidelijk zijn stortkoker richting ’t Krom 8 heeft, wordt deze veronderstelling versterkt. Daar terplaatse van ’t Krom 8 (nog) geen opgraving heeft plaatsgevonden moet het hier bij een veronderstelling blijven. Delocatie van S84 laat zich echter niet eenvoudig met bebouwing op ’t Krom 8 in verbinding stellen. Het is mogelijk dater sprake was van twee gebouwen/woningen. De vondsten in de beerput (BP1) en het gebruikte baksteenformaatin de twee muren en de mantel van de beerput wijzen in elk geval op een 14 e -eeuwse datering (bijlagen 1 en 2). 12 De plattegrond van de woning of woningen laat zich niet reconstrueren. 12De oudste bakstenen die rond 1200 vervaardigd werden waren 30-32 cm lang. Het baksteenformaat wordt geleidelijk aan kleiner, dit verschilt per gebied. Haarlem kende geen eigen bak-steenindustrie en zal zijn stenen uit bijvoorbeeld de regio Leiden of Utrecht hebben geïmporteerd. Hollestelle (Hollestelle 1961, 91) meent dat de meeste baksteen uit Leiden werd geïmpor-teerd. Delen van de St. Bavo zijn in elk geval in Leidse baksteen opgetrokken (Allan 1973 (III): 89). De datering van de Leidse formaten is goed in kaart gebracht. Het gebruikte baksteenfor-maat van het aangetroffen muurwerk is 23-23,5x11,5-11x5,5-5 cm en dateert volgens de Leidse baksteentypologie in de tweede helft van de 14 e eeuw (Orsel 2007a: 9-12 en Orsel 2007b: 127). 85  Afb. 5. Fase 1375-1450: sporenoverzicht (oranje) met in grijs de rand van de werkputten.
Related Documents
View more...
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks
SAVE OUR EARTH

We need your sign to support Project to invent "SMART AND CONTROLLABLE REFLECTIVE BALLOONS" to cover the Sun and Save Our Earth.

More details...

Sign Now!

We are very appreciated for your Prompt Action!

x